Tekst Groot Gents Studentendictee

Een gevaarlijke liaison

Ze bereed hem als ware hij een losgeslagen przewalskihengst die teugels of sjabrak ontbeerde. Hoe is het zover kunnen komen? Hij weet nog hoe hij haar voor het eerst spotte op de bühne van een Mozartvertoning tijdens zijn New Yorkreis. Zij was een beeldschone en frêle mulattin met een froufrou en een kokette glimlach. Hij een gefêteerd violist-componist die zich in zijn nonchalant dichtgeknoopte chambrayoverhemd als een rock-’n-rollster waande. Zij wou liever als stoïcijnse renaissancemaagd haar tijd verbeiden tot sint-juttemis in de Sint-Godelievekerk. Hij beschouwde zichzelf als een libidineuze libertijn voor wie niets sacrosanct was en die zich liever vermeide tussen de venusheuvels dan tussen de boeken. Desalniettemin trof de liefde hen beiden als een Sint- Elizabethsvloed rond de tijd van het sint-maartensfeest, maar voor het kerstfeest, hoewel de hulstguirlandes al aan de deuren hingen.

Tijdens de winter trokken ze zich terug in zijn voorouderlijke adellijke chateau, niet ver van sinjorenstad Antwerpen in Noord-Vlaanderen, alwaar ze zich tegoed deden aan allerhande choquante sensuele excessen. Hier was er geen sprake van newageachtige dissen met quinoa of minestronesoep met – o tempora – glutenvrij neohipsterbrood. Liever laafden zij zich ’s avonds aan goed gechambreerde chardonnays en Karel I-sigaren te midden van somptueuze Perzische tapisserieën, magnifiek geciseleerd houtsnijwerk en met goudbrokaat afgezette trijpen chaises longues. Het was op een dergelijke avond dat zij plotseling in de deuropening verscheen in niets meer dan een witte guêpière met bijpassende jarretelgordel en witkanten kousen.

Langzaam en zwoel heupwiegend als een bijdetijdse miss twiggy schreed ze zijn richting uit. Hijzelf voelde de bordeauxrode shantoengdeken die hij aanhad langs zijn lendenen naar beneden glijden. Hij vlijde zich neer op het antiquarische parket, gevleid door haar gedweeë gedrag en anticiperend op lucullisch genot met zijn nieuwste verovering. Groot was dan ook zijn verbazing toen ze midden in de coïtus uit het niets een in cyaankali gedoopte dolk in zijn borstkas plofte. Haar degout van zijn capricieuze playboygedrag was te groot geworden. Hij bloedde dood terwijl zijn trouwe dobermannpincher tevergeefs blafte bij het haardvuur. Zijn overspel had zijn decadente konterfeitsel doorprikt. Dat is de portee van deze historie.

Opmerkingen

  • Zowel ‘zover’ als ‘zo ver’ zijn juist.
  • Zowel ‘aanhad’ als ‘aan had’ zijn juist.
  • Zowel ‘voor’ en ‘vóór’ het kerstfeest zijn juist.